De wilde eend

De wilde eend komt vrijwel overal als broedvogel in Europa voor. In Nederland broeden driehonderd- tot vierhonderdduizend paren, liefst in de buurt van zoet water. De wilde eend is hier een gedeeltelijk trekvogel.

In januari kan het aantal overwinteraars variëren van een half tot één miljoen eenden.

Bejagen/Beheren:
Bejagen van 15 augustus t/m 31 januari.

 Leefomgeving:
Wilde eenden komen in en buiten de broedtijd overal voor. Waterrijke gebieden met voldoende dekking hebben de voorkeur. In het broedseizoen gaan de woerden (mannetjes) naar grotere wateren om veilig te ruien. Tijdens de rui kunnen ze namelijk tijdelijk niet vliegen.

Voortplanting:
De eenden vormen paartjes in de wintermaanden, de leg begint soms al eind februari. Het broeden duurt tot juni. Ze maken nesten onder het struikgewas en in het riet. Ze leggen 8 - 15 eieren en zijn  vuilwit/vuilgroen van kleur. Het broeden duurt ongeveer 28 dagen. Alleen de eendjes (vrouwtjes) brengen de jonge eenden (pullen of pijlen) groot.